Dubbele maatstaven in de rechtspraak? De regering heeft niet voldaan aan de afgesproken schuldaflossing van SRD 1 miljard aan de Centrale Bank van Suriname (CBvS) binnen de gestelde termijn van 31 december 2024. Dit roept de vraag op: wat zijn de gevolgen van dit tekortschieten? Is dit te beschouwen als plichtsverzuim of zelfs als ambtsverduistering, zoals in het verleden is gesteld tegenover de functionarissen van de vorige regering? De minister van Financiën en Planning, Stanley Raghoebarsing, heeft erkend dat de betalingsverplichting niet is nageleefd. De fondsen die bestemd waren voor de CBvS lijken voor andere doeleinden te zijn gebruikt. Dit doet denken aan de vervolgingen van de voormalige minister Gillmore Hoefdraad, CBvS-gouverneur Robert van Trikt en andere officials, die beschuldigd werden van ambtsverduistering omdat zij de voorkeur gaven aan overheidsuitgaven zoals salarissen, pensioenen en subsidies, in plaats van het aflossen van schulden aan de CBvS.
In het verleden beschouwde het Openbaar Ministerie (OM) dit handelen als strafbaar, met de stelling dat geld specifiek bedoeld was voor de CBvS en niet voor andere uitgaven. Het OM ging zo ver dat het personen vervolgde en veroordeelde, hoewel er geen sprake was van persoonlijke verrijking. Dit leidde tot het criminaliseren van beleidskeuzes, met strenge straffen voor de betrokkenen. Waarom houdt het OM nu de lippen stijf op elkaar? In de huidige situatie lijkt de regering hetzelfde pad te bewandelen, waarbij afspraken met de CBvS worden genegeerd en middelen voor andere doeleinden worden aangewend. Toch blijft het OM opvallend stil. Dit roept vragen op over de consistentie en rechtvaardigheid van de handelingen van het OM. Is er hier sprake van klassenjustitie? Worden alleen de functionarissen van de vorige regering hard aangepakt, terwijl dezelfde praktijken onder de huidige regering worden genegeerd?
Het zwijgen van het OM versterkt de indruk dat eerdere vervolgingen politiek gemotiveerd waren, met de bedoeling om specifieke individuen te schaden en hun beleid te criminaliseren. Deze dubbele standaarden ondermijnen niet enkel het vertrouwen in de rechtspraak, maar ook in de democratie zelf. Het rechtssysteem onder de loep. De eerdere zaak rondom de CBvS wordt gekenmerkt door het gebrek aan grondig onderzoek, hoor en wederhoor en een objectieve rechtsgang. Rechters namen beslissingen op basis van veronderstellingen en meningen, zonder sterke onderbouwing. Dit heeft geleid tot onherstelbare schade aan de reputatie en waardigheid van de betrokkenen.
Nu lijkt de geschiedenis zich te herhalen, echter zonder strafrechtelijke gevolgen voor de huidige beleidsmakers. Dit roept niet alleen vragen op over de rol van het OM, maar ook over de geloofwaardigheid van het rechtssysteem in zijn geheel. Is dit het niveau waarop wij ons rechtssysteem willen zien functioneren? Het is tijd voor een eerlijke en consequente benadering van de rechtspraak, waarin politieke belangen geen rol spelen en waarin elke burger, ongeacht politieke kleur, gelijk wordt behandeld. Het OM heeft de verantwoordelijkheid om duidelijkheid te geven: geldt de wet voor iedereen, of slechts voor enkelen?
Elisabeth Dalen