Suriname, een land in Zuid-Amerika, heeft een unieke structuur als het gaat om landelijk bestuur. Het land heeft een presidentieel

Het begin van een nieuw jaar is een kans voor reflectie en introspectie. Terwijl individuen vaak hun persoonlijke doelstellingen formuleren, zoals een gezonder leven of financiële stabiliteit, kan dit proces voor een land als geheel aanzienlijk uitdagender zijn. In Suriname hebben socio-economische problemen, waaronder inflatie en werkloosheid, een directe invloed op het dagelijks leven van de inwoners. Voor veel mensen is de realiteit dat zij moeite hebben om rond te komen, wat de dringende behoefte aan stabiliteit en ontwikkeling onderstreept. Politieke onrust en sociale ongelijkheid dragen bij aan een gevoel van onzekerheid, wat het vertrouwen in de overheid en haar vermogen om noodzakelijke veranderingen door te voeren verder ondermijnt. De hoop op betere tijden in Suriname is onvoldoende om de structurele veranderingen te realiseren die noodzakelijk zijn.

Aangaande de verantwoordelijke structuren voor het bestuur is in de afgelopen decennia gebleken dat geen enkele regering erin is geslaagd om Suriname naar een hoger niveau te tillen. Kenmerkend is dat in alle gevallen de schuld voor achteruitgang of stagnatie bij de president gelegd wordt. Of het nu Vene, Bosje, Bouta of Santokhi betreft, laten we eerlijk zijn: de verantwoordelijkheid voor ontwikkeling rust niet alleen op de schouders van de president, maar ook op die van ministers, districtsvertegenwoordigers, volksvertegenwoordigers en de samenleving als geheel.

Onder leiding van president Santokhi zijn in de huidige regeerperiode pogingen ondernomen om de politiek en het bestuur na een periode van onrust en economische problemen in een andere richting te sturen. Desondanks blijven er uitdagingen bestaan, zoals corruptie en sociale ongelijkheden. In mijn optiek is de noodzaak voor een duidelijke visie en strategie voor de toekomst essentieel om positieve veranderingen te bewerkstelligen. Reflecteren op het verleden kan bijdragen aan het trekken van lessen en het leggen van een solide fundament voor de toekomst.

Een belangrijk moment om op te letten in 2025 is 25 mei, de dag waarop elke burger zijn verantwoordelijkheden heeft om zelf te bepalen wie zij geschikt achten om het land te besturen. Suriname heeft verschillende ontwikkelingen doorgemaakt, zoals de dekolonisatie, de strijd voor burgerrechten en verschuivingen in de politieke macht. Op papier bestaat er een democratisch systeem. Hoewel vakkennis en technische expertise een belangrijke rol spelen in het beleid en de besluitvorming, vooral op cruciale gebieden zoals gezondheid, veiligheid en productie, is ook de politieke context en de invloed van politieke partijen aanzienlijk. Het resultaat daarvan is dat de afgelopen vijftig jaar niet heeft geleid tot een welvarende staat.

Wat kenmerkend is voor de afgelopen decennia, is dat de bestuursstructuur duidelijke trekken vertoont van een autocratisch systeem. Ondanks dat autocratie op korte termijn efficiëntie kan bieden, gaat dit ten koste van vrijheid, mensenrechten en vooral de harmonie. De fundamentale vraag is: welk soort bestuurssysteem heeft Suriname nodig om welvaart en welzijn te waarborgen, gegeven de huidige complexe problemen, zoals armoede, corruptie en verdeeldheid onder de bevolking? Technocratie kan effectieve, geïntegreerde oplossingen bieden, maar kan ook het belang van burgerparticipatie en politieke legitimiteit negeren. Het vinden van een evenwicht entre technocratie en de trias politica (wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht) kan van vitaal belang zijn om de uitdagingen aan te pakken.

De grootste bedreiging ontstaat wanneer een aanzienlijk deel van de bevolking niet over voldoende onderwijs beschikt, wat kan leiden tot een tekort aan kritische denkvaardigheden. Mensen kunnen hierdoor kwetsbaarder worden voor desinformatie en beïnvloeding door sociale media en politieke retoriek. Het is zorgwekkend en gevaarlijk wanneer gevoelens van ressentiment ontstaan. Voor zover ik weet, zijn rassentegenstellingen onder Surinamers nooit zo openlijk vertoond. Hoe is het mogelijk dat racisme momenteel weer zo prominent aanwezig is in ons land, terwijl Surinamers pleiten voor ‘zij aan zij’, ‘schouder aan schouder’, en ‘soso lobi’? Is de missie van de integratie van bevolkingsgroepen (onze bromty dyari) na ongeveer 45 jaar alsnog mislukt?

Tot slot, om echte vooruitgang te boeken, moet er een gezamenlijke inspanning zijn van niet alleen politieke partijen, maar ook de samenleving als geheel, inclusief onderwijsinstellingen en de media. Een focus op inclusiviteit en rechtvaardigheid kan bijdragen aan een sociaal klimaat waarin iedereen zich gehoord en gerespecteerd voelt. Voor de komende verkiezingen zouden deelnemende politieke partijen nu al duidelijk inzicht moeten geven in hun identiteit met betrekking tot hun politieke organisatie en bestuursstructuur (democratie, autocratie en/of technocratie). Voor verdere discussie en analyse is het van cruciaal belang dat deze en andere relevante onderwerpen in het publieke debat aan bod komen, vooral met het oog op de toekomst van Suriname.

— T. Sansaar

Deel dit: